Een vernauwing van het wervelkanaal in de onderrug, vaak met pijn of zware benen bij staan en lopen.
Bij kanaalstenose, ook wel spinale stenose genoemd, is het wervelkanaal vernauwd. Dit is de buis in de wervelkolom waar de zenuwen doorheen lopen. Er is dan minder ruimte voor de zenuwen, met name in de onderrug (lumbale stenose). Meestal is dit het gevolg van degeneratie: de tussenwervelschijven worden platter, de kleine wervelgewrichten kunnen vergroten en een band in het wervelkanaal (het ligamentum flavum) kan verdikken. Zo kan het kanaal langzaam krapper worden. Een vernauwing kan ook in de nek voorkomen (cervicale stenose); op deze pagina gaat het over de onderrug.
De kenmerkende klacht van een kanaalstenose heet neurogene claudicatie. Dat betekent dat u pijn, een zwaar of vermoeid gevoel, tintelingen of krachtsverlies krijgt in de benen (en vaak ook de billen), vooral tijdens staan en lopen. De klachten ontstaan meestal na een bepaalde loopafstand, kunnen aan beide kanten voorkomen en nemen af bij zitten of voorover buigen, bijvoorbeeld wanneer u op een winkelwagen leunt. Achterover buigen geeft juist meer klachten, omdat het wervelkanaal dan nog iets nauwer wordt. Fietsen gaat om dezelfde reden vaak beter dan wandelen. Het gaat dus om een beenklacht die door de rug wordt veroorzaakt, vaak zonder veel rugpijn.
Een vergelijkbaar beeld, claudicatio intermittens, kan ook door een vernauwing van de bloedvaten in de benen ontstaan. Bij vaatklachten neemt de pijn meestal snel af zodra u stilstaat, ook zonder voorover te buigen, en geeft fietsen juist wel klachten. In ons onderzoek letten we op dit onderscheid en we verwijzen u zo nodig door naar de huisarts.
Kanaalstenose komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar en hangt samen met de normale veroudering van de wervelkolom. Bij sommige mensen is het wervelkanaal van nature wat smaller aangelegd. Op scans is een vernauwing bij oudere mensen vaak te zien zonder dat er klachten zijn: wat op de MRI zichtbaar is, zegt dus niet alles over de klachten. Het beloop is meestal langzaam en wisselend. Bij veel mensen blijven de klachten stabiel, bij een deel nemen ze geleidelijk toe.
Bij afwezigheid van alarmsymptomen is de behandeling in eerste instantie conservatief. Gerichte oefentherapie vormt de basis: het trainen van de romp- en beenspieren, het mobiliseren van heupen en rug en het opbouwen van uw conditie, bijvoorbeeld door te fietsen of op een loopband te lopen in een licht voorovergebogen houding. Daarnaast geven we advies over belasting, houding en het doseren van uw activiteiten, zodat u zo lang mogelijk actief kunt blijven. Waar zinvol vullen we dit aan met manuele therapie. Een operatie (decompressie) is een optie bij ernstige klachten die u sterk beperken ondanks conservatieve behandeling, of bij neurologische uitval. Onderzoek laat zien dat operatie bij ernstige klachten op korte termijn vaak meer verlichting geeft, maar dat het verschil met conservatieve behandeling op langere termijn kleiner wordt.
Pijn, vermoeidheid, tintelingen of zwakte in de benen bij staan en lopen, die door de zenuwdruk in een vernauwd wervelkanaal ontstaat. De klachten nemen vaak af bij zitten of voorover buigen.
Meestal niet direct. Bij milde tot matige klachten is eerst behandeling met oefentherapie en advies de eerste keuze. Een operatie wordt overwogen bij ernstige, invaliderende klachten die onvoldoende verbeteren, of bij neurologische uitval.
Ja, in beweging blijven is juist belangrijk. Fietsen gaat vaak beter dan wandelen. Bij wandelen kunt u tussendoor pauzeren in een houding die verlichting geeft, bijvoorbeeld even zitten of voorover leunen.
Niet altijd. Vernauwingen komen op scans bij oudere mensen vaak voor, ook bij mensen zonder klachten. Het beeld van uw klachten en ons onderzoek zijn daarom minstens zo belangrijk als de scan.
Inhoudelijk gecontroleerd door Fysiotherapie Dobbe - laatst bijgewerkt: september 2026
← Terug naar alle aandoeningen